Mo goaj met ?

Mo goaj met ?

MO GOAJ MET!

VOORWOORD.

In dit verhaal ga ik door het leven van Otto van Bentheim, beginnende op het moment dat hij met zijn moeder op pelgrims tocht gaat naar Jeruzalem. Soms blikken we terug op gebeurtenissen die zich eerder afspeelden in zijn leven en via personen in zijn omgeving maken we soms sprongen voorwaarts in de tijd.

De duur en het gekozen traject van deze pelgrimage, is volledig speculatief, maar kan op basis van familiebanden, aanneembare logica, etc. even zo goed de waarheid zijn. Ook bekende gegevens uit bijvoorbeeld opgetekende stukken van kruistochten en andere opgetekende pelgrimstochten worden enigszins als lijdraad in dit verhaal gebruikt.

FRAGMENT UIT HET VOOROUDER ONDERZOEK VANAF PHIL T/M OTTO.

GENERATIE 1 Phil Scheper

GENERATIE 2 Kevin Scheper

GENERATIE 3 Koos Scheper

GENERATIE 4 Koop Scheper

GENERATIE 5 Klaas Scheper

GENERATIE 6 Egbert Scheper

GENERATIE 7 Klaas Scheper x Marchje Huisman

GENERATIE 8 Geertje Jans Zwiers 1824 x Albert Huisman

GENERATIE 9 Jan Zwiers 1796

GENERATIE 10 Jan Pander Zwiers 1762

GENERATIE 11 Anna Dorothea Bremer 1735 x Jan Zwiers

GENERATIE 12 Anna Maria Jans Barmentlo x Jan Hendriks Bremer

GENERATIE 13 Jan Berent Alberts Barmtloo, (25-4-1677/4-10-1759) x Anna Dorothea (von) Weidenbach

GENERATIE 14 Albert Barmentlo (1653) x Engeltje Cornelis,

GENERATIE 15 Harmen Bermentloo 20-10-1630 te Zutphen, Maria Jansen,

GENERATIE 16 Claes Bermentloo 1575/1635 (kuiper) x Aelken Lubberts.

GENERATIE 17 Andries Bermentloo 1535 (kuiper)

GENERATIE 18 Johan van Bermentloo 1496

GENERATIE 19 Andries Toenis van Bermentloo

GENERATIE 20 Andries van Bermentloo. Heer van Neede-de Campe), (1450/1518). x Margaretha van Hackfort-Herxen (1470)

GENERATIE 21 Heer Jacob IV van Hackfort x Margaretha van Essen.

GENERATIE 22 Hendrik Hendriksz van Essen (405- 1460)

GENERATIE 23 Hendrik de Olde van Essen (1380-1425).

GENERATIE 24 Hendrik de Jonge van Essen (1340-1385),

GENERATIE 25Hendrik de Oude van Essen (1310-1390) x Margaretha van Schonevelde (1320-1380/1398)

GENERATIE 26 Arnold van Schonevelde (295-????).

GENERATIE 27 (Ridder) Nicolaas van Schonevelde (270-1328/1332),

GENERATIE 28 Ludolf van Bentheim (1250-????) x N. van Schonevelde.

GENERATIE 29 Nicolaas van Bentheim (1220-????)

GENERATIE 30 Boudewijn I de Dappere / der Tapfere /von Bentheim (1180-1248) x Jutta van Limburg

GENERATIE 31 Otto I (IV) van Bentheim (1143-????) x Alvaradis van Arnsberg

Mo goaj met ?

Of het zo geklonken heeft in de gangen en vertrekken van het kasteel te Bentheim in het jaar 1173, is maar zeer de vraag, alhoewel er in een groot gedeelte van het gebied, wat nu Duitsland is, een soort van Oud-Nederlands werd gesproken, en het kasteel in handen was van de graven van Holland.

De woorden komen uit de mond van Otto I van Bentheim (1140 / 1209), en zijn gericht aan zijn moeder, Sophia van Rheineck (1120 / 26-9-1176), want hij zou haar begeleiden naar het Heilige Land, Israel.

Of zou zij hem begeleiden, want immers zij was er al in 1138 op pelgrimstocht geweest samen met haar man, Graaf Dirk VI van Holland (1114 / 5-8-1157).

En op de terug weg maakten ze nog wat tijd vrij om een bezoek te brengen aan de Paus in Rome. Pa en ma waren omstreeks 1125 in het huwelijks schuitje gestapt, en door dit huwelijk werdt het graafschap Bentheim in de familie gebracht, waarvan hij nu (Otto) burggraaf was. Daarnaast telde het gezin nog acht personen, naast Otto, Dirk die niet ouder werd dan ca. 13 jaar, Floris III die graaf van Holland werd, Boudewijn die Bisschop van Utrecht zou worden van 1178 tot 1196, Dirk werd in 1196 Dom proost en in 1197 Bisschop van Utrecht, Sophia, Hadewig die non werd te Rijnsburg, Geertruid en Petronilla. Daarnaast had pa nog een buitenechtelijk kind genaamd Robert. Mo was enorm katholiek en liet in Egmond en Rijnsburg nieuwe abdijkerken bouwen, zo had dochter Hadewig ook een fatsoenlijk dak boven haar hoofd.

Zelf had Otto ook niet stil gezeten, en had hij samen met zijn vrouw Alveradis van Arnsberg, zes kinderen. Egbert die in 1210 werd vermoord, Boudewijn I die Otto opvolgde als graaf van Bentheim, Otto werd Bisschop van Munster, Gertrud Kanunnikes op de Frenckenhorst te Metelen lekker in de buurt van pa en ma, Marina en Agniese. Met grote stappen bewoog Otto zich door de kasteel gangen, opzoek naar zijn moeder. Voor, achter en naast hem haasten bedienden zich, de een met stapels kleren de ander met potten en pannen en weer een ander met voorraden proviand, Allemaal haasten ze zich in de zelfde richting, de richting van de binnenplaats van het kasteel, alwaar een aantal karren met paarden klaar stond, om het gezelschap naar het beloofde land te brengen.

ETAPPE 1. De hele santemekraam was gepakt, voor een tocht, zoals dat een goede pelgrim betaamt, over land en als het even kan, te voet. Over zee was ook mogelijk, maar dit was heel duur en zeer zeker gevaarlijk, en al helemaal niet sneller. Al door de kruisridders / vaarders was een gebruikelijke route dwars door Duitsland, over de Balkan naar Constantinopel, dwars door Turkije, Syrië en Libanon. Maar heel veel pelgrims gingen via Italie, Venetië, Genua, Bari of Brindisi. Vanuit die havensteden dan per schip, via het vaste land van Griekenland, of via eilanden zoals Korfu, Kreta en Cyprus ergens naar de kust van Libanon of Palestina. Deze weg heeft het voordeel dat Rome ongeveer halverwege ligt, een goed punt om de reis te onderbreken en vandaar uit eens rustig te kijken hoe het verder moet. Het is een wat minder gevaarlijke weg misschien, met overigens nog genoeg hindernissen (de Alpen, Zuid-Italië, de Griekse bergen) om een aanmerkelijke uitdaging op te leveren. Dit zou wel ééns de passende route kunnen zijn want, Mo was immers al eerder in Rome geweest, maar dat was op de terug tocht, nu moest het allemaal nog beginnen. Of in die tijd de hofhouding ook mee ging is mij niet bekend, maar als dat wel zo is, denk ik dat menig hoveling een reisje op kosten van de baas, zich toch anders had voorgesteld. Voor de pelgrimstocht, die enige tijd in beslag zou nemen, heb je natuurlijk plekken om te overnachten nodig, en zo toog het gezelschap naar Arnsberg, waar de schoonouders van Otto een aardig optrekje hadden in de vorm van een kasteel, nu niet meer dan een tochtige ruïne, maar nog altijd zeer de moeite waard.

Van het Kasteel in Bentheim naar de familie in Arnsberg, zou heden ten dagen met de auto zo'n 1,5 uur (ca. 150 km.) in beslag nemen, maar met de koets (8 km. Per uur) zo'n 20 uur. Daarom is het aannemelijk dat er onderweg nog een overnachting is geweest. Het graafschap Bentheim, noordelijk onder het Bisdom Utrecht, zuidelijk onder het Bisdom Münster. Laat nou Bisdom stad Munster ongeveer halverwege de route naar Arnsberg liggen, en met je vrome moeder als metgezel is een overnachting in de Bisschoppelijke vertrekken een vanzelfsprekendheid. Maar als er bepaalde karakter eigenschappen in het DNA worden doorgegeven, en zoals Kevin 29 generaties later herhaaldelijk tijdens een dagtochtje aan zijn oma vroeg "gaan we nog langs een klein cafeetje", is het niet ondenkbaar dat Otto, bij gebrek aan kleine cafetjes, aan zijn moeder vroeg op de koffie te gaan bij de heren van Steinfurt die in Steinfurt in 1129 een aardig optrekje hadden gebouwd dat echter door de heren van het nabij gelegen Ascheberg in het jaar 1164 totaal werd verwoest en weer opgebouwd,

Het eerste (koffie) adres was dus bekend, en terwijl het kasteel Bentheim, boven op de rotsen steeds kleiner werd, doemde in de verte het kasteel Steinfurt op. waarna het gezelschap, na het nodige te hebben genuttigd, op weg ging naar Metelen, en wel naar het klooster naar zusje/dochter Gertrud, die daar Abdis, ofwel hoofd van het vrouwenklooster was en daarvoor kanunnikes te Freckenhorst, net achter Münster. Vandaar ging het gezelschap naar de heren van Horstmar, waar drie jaar ervoor Berend von Horstmar was geboren (Duits: Bernhard der Gute) (ca. 1170 - 28 juli 1227), die zou sterven in de slag bij Ane in 1227, in die zelfde slacht zou Boudewijn de zoon van Otto gevangen genomen worden en Florens en Florin van Bentheim kinderen van Otto's buitenechtelijke broer Robert overleiden, daarover later meer.

Pa ( Dirk VI van Holland ) was in 1157 en wel op 5 augustus overleden, en samen mat moeders zoals gezegd al eens in Jeruzalem geweest, en op één van die terug reizen is zijn broer Dirk geboren. Over Dirkie later meer. Zoals gezegd was pa overleden en daarna ging moeder op pelgrims tocht naar Santiago de Compostella. Op de terug reis werd Sophia door tussenkomst van de heilige Adalbert gered toen het gezelschap werd aangevallen door rovers.

Etappe 2 Maar goed ... ook met 8 km. Per uur geldt, OMNES VIAE ROMAM DUCUNT of wel ALLE WEGEN LEIDEN NAAR ROME, en dan is het tijd de reis te vervolgen. Dus van Munster ging het naar Arnsberg, voor de tweede overnachting. Hoeveel dagen men op één adres bleef is niet bekend, maar zal zeker per adres varierën. Want naast de eigen verzorging, en de verzorging van de meegebrachte spullen, zal er ook zeker de nodige aandacht aan de paarden moeten worden gegeven. Na een bezoekje aan de dat jaar gereed gekomen St. Ludgerikirche, en een rondleiding door Bisschop Lodewijk I van Wippra, de 23ste Bisschop van Münster, werden ze nu door die zelfde uitgezwaaid. Nog dat zelfde jaar, op 23 december, zou de Bisschop overlijden aan een epidemie, en worden bijgezet in de zuidelijke toren van de Dom. En zeer zeker hebben ze dit bekeken, het Paulus reliek met daarin fragmenten van de schedel van Paulus, het is het vroegst bewaarde kopreliek van christelijk europa, en daarmee het oudste en kostbaarste bezit van de totale Dom schat, dat toen gloetje nieuw was.

ETAPPE 3. Als er weer een logeer partij bij een Bisschop moet komen, kan dat in Keulen, via Essen, Aken, maar meest voor de hand liggend en meest op de route is Paderborn. Een trip van zo'n 12 uur. Of kies je voor de kortst mogelijke route, die via Hamm. De tocht naar Hamm zal zo'n 5 á 6 uur in beslag nemen. Wij houden het op Beckum, op een steenworp afstand van Hamm, alwaar een stift was gevestigd, op de plek waar rond 785 een kerkje werd gebouwd onder heerschappij van de bisschop van Münster, en wel via Telgte, alwaar een voorde was (voorde is doorwaatbare plek) in de Eems en was er een splitsing van twee belangrijke handels routes, waar precies op de kruising van de noord-zuid handelsroute en de Westfaalse-hellweg het dorp Ahlen was ontstaan. De westfaalse-hellweg is de verbinding tussen Rijn en Elbe, waarbij opgemerkt, dat de naam, westfaalse-hellweg met name wordt gebruikt voor het gedeelte tussen Duisburg en Paderborn. Wat weer en onderdeel is van de historische heerbaan tussen Goslar en Aken. Deze weg is meer dan 5000 jaar oud, en dateert uit de pre-germaanse en pre-romeinse tijd. Hij begint aan de Rijn in Homberg en loopt via, Duisburg, Unna, Werl, Soest, Erwitte, Geseke, Salzkotten en Paderborn naar de Abdij van Corvey aan de Wezer.

De Bunderstraße 1 loopt kaarsrecht van west naar oost over een groot deel va n het tracé van deze (in het begin van de 19e eeuw verharde) oude Hellweg. Beckum stad en landereien waren ommuurd en gedeeltelijk voorzien van een landweer (verdieping/verhoging met doornen haag).

ETAPPE 4. Eindelijk, de volgende bestemming zal ongetwijfeld Arnsberg zijn geweest, gezien het feit dat de opa van Otto's vrouw, Alvaradis van Arnsberg, Frederik I graaf van Werl-Arnsberg is, ook wel de strijdbare genoemd en die naam kreeg hij door dat hij na het overlijden van zijn vader en oudste broer het graafschap erfde en door tien jaar strijd de machtigste edelman in westfalen werd. Ook viel hij in 1102 aartsbisschop Frederik I von Schwarzenberg van Keulen aan die op zijn beurt weer Arnsberg binnenviel, Frederik versloeg de bisschop maar moest genoegen nemen met een vrede met ongustige voorwaarden. In de strijd tussen Keizer Hendrik IV en zijn zoon Hendrik V, koos Frederik de kant van de oude keizer. In 1106 nam hij nog de bisschop van Münster gevangen en leverde die uit aan Hendrik IV. Na de dood van Hendrik IV wachtte Frederik nog tot 1112 totdat hij Hendrik V huldigde als zijn vorst. Twee jaar later (1114) vocht Frederik alweer mee met de opstandige Lotharingse edelen in de slag bij Jülich, tegen Hendrik V. En in 1115 was hij een van de aanvoerders van de Saksen in de slag bij Welfesholze, tegen de keizer. Bij beide veldslagen werd de keizer verslagen en in 1115 werd een vrede bereikt. Frederik sloot een bondgenootschap met de abt van Abdij van Corvey en streed tegen zijn vijanden. Frederik vocht aan de kant van Hendrik V in de oorlog om de opvolging van het bisdom Osnabrück (1120). In de laatste jaren van zijn leven was Frederik vooral een bemiddelaar tussen de keizer en zijn tegenstanders.

Een tocht van zo'n 8 uur, dus voor het avond eten over. En alhoewel het de kloosters verplicht was pelgrims van eten en onderdak te voorzien, en er aan de drukke handelsroutes herbergen stonden, is een overnachting in het kasteel van je opa wat de voorkeur geniet. Eerder was een dochter van Frederik, Ida van Arnsberg, getrouwd met Godfried van Malsen, die daardoor graaf van Arnsberg (tevens ook heer van Cuijk) was geworden, Otto's schoonouders. Ruzie's en vetes komen in de beste families voor, zo ook hier, want, Godfried's familie, je weet wel die van Cuijk, verboden een huwelijk van een van hun nichten met Floris de Zwarte, een broer van dirk VI, dus verzamelde Floris een leger en viel het bisdom Utrecht binnen. Hij bezette de stad Utrecht en plunderde de Cuijkse bezittingen. Godfried en zijn broer Herman van Cuijk, verzamelden op hun beurt een leger een trokken naar Utrecht. Buiten de stad stuitten ze bij Abstede op Floris die daar aan het jagen was. Floris probeerde te vluchten maar zijn paard viel, waarna hij werd gegrepen en gedood (1133). Floris' broer Dirk VI van Holland en zijn neef keizer Lotharius III van Supplinburg hadden nu een persoonlijke vete met het huis van Cuijk. Dirk verwoestte de Cuijkse bezittingen en Lotharius bezette Arnsberg en nam Godfried en zijn broers al hun titels af. In 1136 stelden twaalf edelen zich borg voor de leden van het huis van Cuijck en werd hun straf verzacht. Ze kregen hun persoonlijke bezittingen terug maar niet hun leengoederen. Lotharius overleed in 1137 en zijn opvolger Koenraad III von Hohenstaufen (13 maart 1138 gekroond te Aken) herstelde Andries als bisschop van Utrecht en gaf Godfried en Herman ook hun leengoederen terug. Door de bemiddeling van Andries werd de vrede tussen Dirk en Herman en Godfried ook weer hersteld. Herman moest Dirk voortaan als zijn heer erkennen. De kloosterlingen van Mariënweerd moesten iedere dag voor het zielenheil van Floris de Zwarte bidden. De kinderen van Dirk en Godfried, onze Otto en Alvaradis trouwden met elkaar.

Op het moment van de pelgrimstocht, was de broer van Alvaradis, Hendrik van Arnsberg heer en meester in Arnsberg. En die zette de conflicten en familie vetes rustig door. Nog tijdens het leven van zijn vader voerde Hendrik in 1145 een vete met graaf Volkwin II van Schwalenberg. De reden was dat de bevolking in de omgeving van het klooster van Obermarsberg in opstand was gekomen tegen de plaatselijke abt. Terwijl Volkwin zich achter de abt schaarde, koos Hendrik de zijde van de bevolking en stelde hij zijn troepen ter beschikking van hen. Het doel van Hendrik was om de strategisch belangrijke nederzetting aan de kant van de oude Eresburg in bezit te nemen. Het plan mislukte echter, nadat zijn tegenstanders de burcht hadden bestormd waarna ze Hendrik en zijn troepen tot de aftocht dwongen. De volgende jaren stond Hendrik met zijn vader aan de zijde van keizer Frederik Barbarossa van het Heilige Roomse Rijk. Daarnaast was hij ook in de omgeving van de Keulse aartsbisschop Reinald van Dasselen de saksische hertog Hendrik de Leeuw. Na de dood van zijn vader werd hij rond 1154 graaf van Arnsberg. Als graaf kwam Hendrik in conflict met zijn broer Frederik, die mogelijk zijn erfaanspraken op het graafschap Rietberg liet gelden en als zelfstandige staat wilde besturen. Hendrik liet hem gevangen nemen en tot zijn dood in 1165 in de kerker opsloot. Omdat vermoed werd dat Hendrik zijn broer had laten vermoorden, viel hij in ongenade bij de vorsten met wie hij bevriend was. De aartsbisschop van Keulen en Hendrik de Leeuw wilden wraak nemen en belegerden samen met andere bisschoppen in Westfalen in 1166 de burcht van Arnsberg, die veroverd en verwoest werd. De graaf kon ontsnappen, maar slaagde erin zijn heerschappij te behouden door aanzienlijke concessies aan de aartsbisschop van Keulen te doen. Ook richtte hij als gebaar van verzoening in 1170 het premonstratenzersklooster van Wedinghausen op. Er veranderde evenwel weinig aan de gewelddadige politiek van Hendrik. In 1172 liet hij zijn schoonzoon gevangen nemen, nadat die ook aanspraken begon te claimen. Pas nadat die beloofd had buiten zijn bruidsschat geen extra gebieden op te eisen, werd hij weer vrijgelaten. In 1180 werd Hendrik de Leeuw wegens zijn conflict met keizer Frederik I Barbarossa afgezet als hertog van Saksen. Als gevolg hiervan werd het hertogdom Westfalen, waarvan ook Arnsberg deel uit maakte, overgeheveld naar de aartsbisschoppen van Keulen. Terwijl de hertogen van Saksen zich redelijk afzijdig hielden en zich nauwelijks bemoeiden met de heerschappij van de graven en andere edelen, begonnen de Keulse aartsbisschoppen in Westfalen hun eigen territoriale heerschappij te vestigen. Hoewel de graven van Arnsberg hun macht wisten stand te houden, gaf de titel van hertog van Westfalen de Keulse aartsbisschoppen aanzienlijke rechten, ook binnen het territorium van Arnsberg. Zo konden ze in het belang van de landsvrede het stichten van steden of het bouwen van nieuwe burchten verbieden. In het jaar 1185 schonk Hendrik aanzienlijke bezittingen aan het klooster van Wedinghausen en hetzelfde jaar droeg hij de macht in Arnsberg over aan zijn zoon Godfried II. Later trad hij als lekenbroeder in het door hem gestichte klooster, waar hij in juni 1200 stierf. Dus een Kasteel in Arnsberg kondhet pelgrims gevolg wel schudden, die was immers in 1166 verwoest. Maar als je dan later toch heilig wordt verklaard, heb je het zo gek nog niet gedaan (Kerkdag 8 Januari). Maar de familie zal ergens nog wel een aardig optrekje voor de overnachting hebben staan, en dat had hij zelf veroverd, namelijk kasteel Burg Hachen. Die tot 1371 door nazaten zou worden bewoond. Ook dit is nu niet meer dan een ruïne.

Etappe 5. Van Arnsberg (lees Hachen) naar Meschede, een niet zo lange trip, maar ze hebben er wel een stift, maar ... waar overnacht Otto, want het is een vrouwen stift. Dan maar naar Schmallenberg, Zo'n eeuw eerder (1072) had de aartsbisschop van Keulen, Anno II, hier een klooster gesticht, het was aan de heilige Alexander van Rome gewijd. De tocht was circa 50 km. Dus zo'n uurtje of zes á zeven met paard en wagen. Het klooster was een benedictijnen klooster, dus hier gold, ORA ET LABORA, oftewel BID EN WERK. In de achtiende eeuw werd het klooster vervangen door het huidige gebouw.

Etappe 6. Als we nu op Google maps zouden kijken wat de meest voor de hand liggende route is naar Rome, dan zal deze route niet veel afwijken van de kortst mogelijke weg die het tweetal (en gevolg) zouden hebben afgelegd. Daarom ook dat ik deze route als lijdraad neem in dit (reis)verslag, en dan zou Siegen (Siegen - Nassau) het meest voor de hand liggen. Maar al met al toch zo'n tocht van 7 á 8 uur. Halverwege ligt de Ginsburg, op circa 4 uur dus voldoende tijd over voor de verzorging van mens, dier en goederen. De volgende dag zou even zo lange (of korte) tocht worden naar Siegen.

Etappe 7. Volgens Google maps, zouden we nu ongeveer 250 kilometer op weg zijn, en had Otto het al vijf dagen zonder zijn vrouw moeten doen, met wie hij in Den Haag trouwde in 1165, wat inhoud dat Otto 23 jaar was, en zijn vrouw Alveradis, was ca. 15 jaar. Je kunt zeggen dat dit vrij jong is, het was normaal in die tijd. Want met pa en ma kon het nog jonger, pa was ca. 16 jaar en ma ca. 9 jaar. Maar zoals al eerder vermeld is het huwelijk tussen Otto en Alvaradis ook op een opmerkelijke manier tot stand gekomen. Alhoewel de bisschoppelijke steden Aken, Keulen en Triër zeker hebben gelonkt, komt het grafelijk gezelschap aan in Siegen.

Etappe 8. Maandag wasdag, of een rustdag zoals in de tour de France, Vuelta of Giro zullen ze niet gekend hebben, en zo breekt de achtste dag aan en daarmee dus de achtste etappe. Wetzlar, een trip van ongeveer tien uur. Nog maar een kleine 1299 kilometer naar Rome. Waarom via Rome? Nou ... er waren in de middeleeuwen drie bedevaartsplaatsen waar je als goed christen heen ging nl., Jeruzalem, Rome en Santiago de Compostella in volgorde van belangrijkheid. Moeder was zoals gezegd bij alle drie geweest, en de tocht via Rome zou voor Otto meteen twee van de drie van de bucket-list zijn. En zoals al eerder vermeld gingen pa en ma in 1138 samen naar Jeruzalem, en op de terugweg meteen even langs paus Innocentius II (Gregorio de Papareschi ), deze in Rome geboren en gestorven Paus was paus van 1130 tot zijn dood in 1143 en werd op het sterfbed van Paus Honorius II gekozen. Aangezien dit niet op een formeel juiste manier was gebeurd werd de keuze voor hem door diverse kardinalen betwist en kozen ze een tegenpaus en wel Anacletus II (Pietro Pierleoni ). Dit gebeurde die zelfde middag, maar nu wel op een correcte manier. Maar de pausen erkende elkaar niet, en bestreden elkaar. Anacletus wiast uiteindelijk Rome in handen te krijgen, waardoor Innocentius gedwongen was naar Frankrijk te vluchten, Het leek erop dat Anacletus de strijd om het pausdom gewonnen had. In september 1130 sloot hij een overeenkomst met Rogier II van Sicilië. Ook had hij de steun van Willem X van Aquitanië. De steun maakte echter dat Lotharius III de kant van Innocentius koos. Bovendien wist Innocentius in Frankrijk de steun van Bernard van Clairvaux te verwerven, op dat moment een van de invloedrijkste mannen binnen de kerk. Bernard maakte bovendien dat Engeland en Frankrijk de kant van Innocentius kozen. In oktober 1131 sprak Innocentius de ban uit over Anacletus. Twee jaar later verdreef Lotharius Anacletus uit Rome, waardoor Innocentius zich hier kon vestigen. Als dank voor zijn bemoeienis kroonde Innocentius Lotharius tot keizer. Korte tijd later wist Anacletus Rome echter te heroveren en zag Innocentius zich opnieuw gedwongen te vluchten. Anacletus hield Rome in handen tot zijn dood in 1138. Na Anacletus' dood benoemden zijn aanhangers Gregorio Conti als zijn opvolger. Deze nam de naam Victor IV aan. Op deze terug reis werdt ook broer Dirk geboren, die echter toen Otto 11 jaar was overleed. Later werd er nog een broer Dirk geboren die bisschop zou worden van Utrecht. Dirk van Holland (gestorven in Pavia, 28 augustus 1197) was bisschop van Utrecht in 1197. Dirk van Holland was een zoon van graaf Dirk VI van Hollanden Sophia van Bentheim en daarmee een broer van graaf Floris III en bisschop Boudewijn II. Dirk werd in 1196 domproost. Na de dood van zijn broer werd hij door de Hollandse partij kandidaat voor de Utrechtse zetel naar voren geschoven, hierin gesteund door keizer Hendrik VI. Gelre kwam met Arnold van Isenburg, gesteund door de paus aartsbisschop van Keulen. Hierdoor ontstond een impasse, waarin Dirk als bisschop van het Nedersticht werd erkend, en Arnold van Isenburg als bisschop van het Oversticht. Beide kandidaten reisden daarop naar Rome, waar Arnold in 1196, door paus Innocentius III tot bisschop van Utrecht werd gewijd. Snel daarna overleed hij en Dirk I werd alsnog geconsacreerd. Hij overleed op de terugweg van Rome naar Utrecht te Pavia. Laten we voorlopig de pausen en bisschoppen achter ons, en concentreren we ons op de trip naar Wetzlar, waar drie jaar terug een klooster was verrezen, de aangewezen plek voor een overnachting alvorens aan de 9de etappe te beginnen.

Etappe 9. Ga je naar Bingen waar ca. 23 jaar eerder het klooster Rupertsberg werd gebouwd, je weet wel, die van de beentjes van sint Hildegard, en waar nog enigszins vriendschapsbanden zijn, want immers ging Hildegard in de leer, voor ze het klooster stichtte, bij Jutta von Sponheim, dochter van Stefan II von Sponheim, die getrouwd was met Sophia van Formbach, en samen kregen ze een aantal kinderen waaronder Meginhard I en Jutta von Sponheim, waarbij Meginhard I de bet overgrootouders zijn van Otto's schoondochter Jutta van Limburg getrouwd met zoon Boudewijn. Maar goed ... t'is het jaar 1173, en Boudewijn zou pas in 1180 worden geboren, sterker nog Jutta's vader (Walram III van Limburg) is op het moment van deze trip (1173) nog niet geboren, dat zou ook rond het jaar 1180 gebeuren, en toch zouden Otto en Walram en Walram's vader Hendrik II van Limburg elkaar in 1189 ontmoeten tijdens de derde kruistocht, waarover later meer. Of ging je naar de bisschop stad Mainz, waar de in Dokkum vermoorde Bonifatius, de eerste bisschop en keurvorst was. Bonifatius lag o.a. met de friezen overhoop, en daarmee ook met Koning Radboud, waarbij we opmerken dat Phil generatie 1 is, Otto generatie 31 en Radboud generatie 49 in dit voorouder onderzoek is, dus wordt er in Mainz een cirkeltje rond gebreid. Laten we uitgaan van Mainz. Nu we eenmaal aan de Rijn zijn, is het het gemakkelijkst om enigszins de loop van de Rijn te volgen.

Etappe 10. Voor de hand ligt het dat ook de stad Spiers wordt aangedaan, maar dat is al met al toch zo'n 100 kilometer. Worms daar in tegen is met zijn circa 60 kilometer goed in één dag te doen, en er zetelt al sinds de vierde eeuw een bisschop. Worms, de stad ook waar het concordaat van Worms wordt gesloten in het jaar 1122, een overeenkomst tussen paus Calixtus II en keizer Hendrik V, en dat een einde maakte aan de investituurstrijd, ofwel wie er besliste welke bisschop waar werd geplaatst, de paus of de keizer.

Etappe 11. Op naar Spiers (Speyer), een kleine 6 uur met de handrem er op, maar eerst wat familie informatie, om het overzichtelijk te houden zullen we maar zeggen. Otto's vrouw, Alvaradis, is de dochter van Godfried van Malsen en Ida van Arnsberg, die Ida is een dochter van Frederik von Werl-Arnsberg, hij is de zoon van Koenraad die op zijn beurt de zoon is van ene Bernhard, die getrouwd is met Beatrix van Wastfalen, die dan een dochter is van Koenraad II "De Salier" en Gisela von Schwaben, simpel toch? Wat zegt ons nu de jonge geschiedenis van dat moment? Zo'n 110 jaar voor de geboorte van Otto's vrouw Alvaradis, begon onder haar oud-ouder, Koenraad II, de bouw van een kathedraal in Speyer (Spiers). Die heden ten dage de grootste kerk in romaanse stijl ter wereld is. En moest de grafkerk worden van de Salische dynastie ook wel bekend als frankische dynastie. Een dynastie van vier duitse koningen en keizers van het heilige roomse rijk in de honderd jaar tussen 1024 en 1125. Koenraad II 1024-1039, keizer 1027, Hendrik III 1039-1056, keizer 1046, Hendrik IV 1056-1106 keizer 1084, Hendrik V 1106-1125, keizer 1111. Hier met z'n vieren op een groeps beeldhouwwerk in de crypte van de dom van Spiers.

En als je dan de zerken hebt bekeken, en je hebt beseft dat, de ingewanden van koenraad "de salier" in Utrecht liggen begraven, alwaar hij gestorven is, wordt het weer tijd om over het vervolg van de pelgrimage na te denken.

Keizerssteentjes in tegelvloer van het koor in de dom in Utrecht met de verwijzing in gotisch schrift naar de begrafenis van de organen (exta) van de keizer. Links de dubbelkoppige adelaar en in het midden de keizerskroon

etappe 12.vandaag word aangezet voor een tocht naar het 65 kilometer, een luttele 8 a 9 uur, verderop liggende Maulbronn, waar sinds 1147 een klooster was gesticht, en waar men thans (1173) een kerk bouwde, die vijf jaar later (1178) gewijd zou worden. Een legende vertelt hoe de monniken een geschikte plaats vonden voor hun klooster. Hun muilezel [Maul(esel)] met de bagage stopte, scharrelde met zijn hoef en vond een bron waarvan hij dronk. Dit was de ideale vestigingsplaats: Maulbronn! Etymologen houden het bij een andere verklaring van de naam die zou verwijzen naar 'Mulenbrunnen', een plaats in de buurt van een bron die een molen van water voorziet. Dat met ezels of andere paardachtigen, had men, in wat nu Duitsland is, wel vaker wat te stellen. Ongeveer 400 jaar eerder overkwam Widukind "leider der Saksen" (voorouder onderzoek nummer A7296), het zelfde met zijn zwarte paard (zwart ros) als tegenstander van Karel de Grote. Want Widukind zou over de kam van het Wiehengebrgte zijn gereden in afwachting van een goddelijk teken. Moest hij al dan niet het christendom aannemen en zich aan Karel de Grote onderwerpen? Dat zou het einde van de oorlogen tussen zijn Saksen en Karel de Grotes Franken betekenen. Daarop zou het paard van Widukind met zijn hoef een steen hebben losgekrabd. Terstond ontsprong daar een bron, de Widukindsbron. Daarop ging Widukind, overtuigd dat dit inderdaad een goddelijk teken was, onmiddellijk over tot het christelijk geloof en onderwierp zich aan Karel. Vanaf dat moment reed Widukind op een wit paard (wit ros), thans nog te zien in talloze wapenen en vaandels en vlaggen o.a. Die van Twente, het zogenaamde Saksische ros.

Etappe 13. Verder gaat het in de richting van het volgende punt op het verlanglijstje van moeder en zoon. Weingarten !!! in de eerste helft van de 10de eeuw werd bij het dorp Altdorf een vrouwenklooster gesticht, door de Welfen, de Welfen zijn een oud Frankisch geslacht. Na de brand in 1053 werd deze abdij voor benedictinessen verplaatst naar de Martinberg en Weingarten genoemd. In 1056 worden de nonnen vervangen door monniken uit Altomünster. De abdij kerk is in het bezit van een relikwie van het heilige bloed. Iets wat ze, nu ze toch in de buurt waren, graag wouden zien. Maar goed, het is nog zo'n 220 kilometer, dus een tussen stop of twee, drie was nodig. Via Stuttgart, een tocht van een uurtje of zes, waar dan ook werd overnacht, ging het naar Lorch.

Etappe 14. Wederom een tocht van zes uur. In Lorch stond een klooster dat in 1102 als klooster en begraafplaats voor de Staufer familie werd gesticht door de eerste Staufer,  (BB20) Frederik (Friedrich) I, en zijn vrouw Agnes von Waiblingen (BB21). Wat Otto op dat moment niet weet dat zijn zoon Boudewijn, die over zeven jaar in het jaar 1180 zal worden geboren, rond het jaar 1200 zou trouwen met Jutta van Limburg, wiens oudouders (vijf generaties terug) dezelfde Frederik en Agnes zijn. 


Xxxxxxxxxxxxxxxx Verhaal tot hier ... later meer !!!! xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Otto's grootvader van moederskant, Otto van Rhieneck, kreeg kasteel Bentheim uit handen van zijn zwager Hertog Lothar von Süpplinburg in 1116, daarna 1146 conflict.

Van maulbronn naar heidenheim an der brenzvia waiblingen dan naar ulm dan in de richting ravensburg / weingarten.

1173

1125 huwelijk pa en ma

1126 geboorte half broer Robert

1138 geboorte broer Dirk

1140 geboorte broer Floris III

1142 geboorte otto

1151 overlijden broer Dirk

1158 geboorte dochter Agniese

117? geboorte dochter

1180 geboorte dochter Marina van Bentheim

1173 met mo naar israel

1176 mo overlijdt in israel

1176 neemt deel aan de vijfde Italië-tocht van keizer Frederik Barbarossa en treedt op 29-07-1176 in Pavia als getuige op wanneer deze de rechten van de stad Cremona vernieuwd.

1180 geboorte zoon egbert

1180 geboorte zoon Boudewijn I van Bentheim

1184 geboorte dochter Sophia

1187 burggraaf van coevorden

1189 derde kruistocht

1190 geboorte dochter Marina

1192 terug van kruistocht

1196 strijd tegen de toen burggraaf van coevorden

1203 overlijden dochter Agniese

1209 overlijden otto

1211 moord op zoon egbert

1240 overlijden Gertrud kanunnikes te Freckenhorst, 1219 abdis van Metelen

1252 overlijden dochter Marina

SLAG BIJ ANE 1227.

Boudewijn de zoon van Otto gevangen genomen.

Florens en Florin van Bentheim kinderen van Otto's buitenechtelijke broer Robert overleden.